Terug naar overzicht

Werkwoordspelling Heerlen

Voorbeeld: gleuve

Tegenwoordige tijdVerleden tijd
ich gleufich gleufde
doe gleufsdoe gleufdes
heë/zie/het gleuftheë/zie/het gleufde
vier gleuvevier gleufde
uur gleuftuur gleufde
zie gleuvezie gleufde
 
Voltooid deelwoord:gegleuf

Voorbeeld: fietse

Tegenwoordige tijdVerleden tijd
ich fietsich fietsde
doe fietsdoe fietsdes
heë/zie/het fietsheë/zie/het fietsde
vier fietsevier fietsde
uur fietsuur fietsde
zie fietsezie fietsde
 
Voltooid deelwoord:gefiets

Voorbeeld: knoevele

Tegenwoordige tijdVerleden tijd
ich knoevelich knoevelde
doe knoevelsdoe knoeveldes
heë/zie/het knoeveltheë/zie/het knoevelde
vier knoevelevier knoevelde
uur knoeveltuur knoevelde
zie knoevelezie knoevelde
 
Voltooid deelwoord:geknoeveld
  • ä
  • à
  • â
  • á
  • ë
  • è
  • ö
  • ò
  • ó

Oefening

Vul de juiste werkwoordsvervoegingen in

wirketegenwoordige tijdverleden tijd
doe
heë
uur
volt. deelw.
pakketegenwoordige tijdverleden tijd
doe
heë
uur
volt. deelw.
lanetegenwoordige tijdverleden tijd
doe
heë
uur
volt. deelw.